Door Pietje Puk, vrijwilliger bij Landschapsbeheer Flevoland
Toen ik vijf jaar geleden voor het eerst mijn laarzen aantrok voor een werkdag bij Landschapsbeheer Flevoland, had ik geen idee dat ik verliefd zou worden op elke vierkante meter van onze jonge provincie. Wat begon als een manier om na mijn pensioen toch nog buiten bezig te blijven, is uitgegroeid tot een ware passie voor het behoud van ons unieke cultuurlandschap.
Flevoland heeft iets magisch. Waar andere provincies hun landschap in eeuwen hebben gevormd, hebben wij het onze in enkele tientallen jaren uit het water getoverd. Dat maakt ons werk als landschapsbeheerders extra bijzonder: we zijn niet alleen behoeders van de natuur, maar ook van een verhaal over Nederlandse vindingrijkheid en doorzettingsvermogen.
Elke dinsdag sta ik om half acht in de ochtend klaar met mijn thermosfles koffie en werkhandschoenen. Samen met een bont gezelschap van medevrijwilligers trekken we erop uit: gepensioneerde leraren, voormalige boeren, jonge moeders en studenten. De een dag snoeien we knotwilgen langs de Knardijk, de andere dag plaatsen we nestkasten in de Lepelaarsbossen of verwijderen we invasieve planten uit natuurgebieden.
Wat me altijd weer verbaast, is hoe snel de natuur zich heeft aangepast aan onze drooggevallen zeebodem. De orchideeën die we beschermen in de Oostvaardersplassen zouden hun voorouders in de Zuiderzee waarschijnlijk niet hebben herkend. En toch voelt alles hier zo natuurlijk, zo op zijn plaats. Het is alsof de natuur ons heeft vergeven voor onze grootse ingrepen en ons beloont met een rijkdom aan flora en fauna die adembenemend is.
Natuurlijk is het niet altijd rozengeur en maneschijn. Vorige maand nog stonden we tot onze enkels in de modder om een dammetje te repareren dat door het noodweer was weggeslagen. En laat ik niet beginnen over de dag dat we een kudde Schotse hooglanders moesten overhalen om hun nieuwe favoriete rustplek – midden in een beschermd plantengebiedje – te verlaten. Maar juist die uitdagingen maken het werk zo bevredigend.
Wat mij het meest raakt, zijn de kleine momenten van erkenning. Als je een gezin ziet picknicken in een bosje dat je zelf hebt helpen planten, of kinderen ziet spelen bij een poel die je hebt gegraven. Dan besef je dat landschapsbeheer meer is dan alleen natuur beschermen: je creëert plekken waar mensen kunnen ontspannen, genieten en zich verbonden voelen met hun omgeving.
Flevoland wordt vaak weggezet als een kunstmatige provincie zonder ziel. Maar wij vrijwilligers weten wel beter. Elke boom die we planten, elk pad dat we onderhouden, elke bloem die we beschermen, draagt bij aan de ziel van onze provincie. We schrijven samen het volgende hoofdstuk van het verhaal van Flevoland: niet meer alleen als een triomf van techniek, maar als een plek waar natuur en cultuur hand in hand gaan.
Ben je nieuwsgierig geworden naar wat wij doen? Kom dan eens langs op een van onze werkdagen. Trek je oude kleren aan, neem een thermoskan mee en maak kennis met de mooiste buitenbaan die er bestaat. Want geloof me: eenmaal vrijwilliger bij Landschapsbeheer Flevoland, altijd vrijwilliger. Het landschap laat je niet meer los.
Pietje Puk is al vijf jaar vrijwilliger bij Landschapsbeheer Flevoland en woont in Dronten. In zijn vrije tijd fotografeert hij graag de seizoensveranderingen in de Flevolandse natuur.
