Voorbeeld Windparkeigenaren, bescherm onze zeearenden!
Een oproep van Erik van Beurden, directeur Landschapsbeheer Flevoland
Afgelopen week maakte een trieste ontdekking in Swifterbant ons opnieuw pijnlijk bewust van een groeiend probleem: onder een windturbine vonden we een dode jonge zeearend. Dit prachtige dier, pas in 2024 geringd in de Lepelaarplassen, had nog een heel leven voor zich moeten hebben. In plaats daarvan werd het slachtoffer van een conflict tussen duurzame energie en natuurbescherming dat we niet langer kunnen negeren.
De harde realiteit
Als directeur van Landschapsbeheer Flevoland sta ik dagelijks voor de uitdaging om onze unieke natuur te beschermen. Maar de cijfers liegen er niet om: recent GPS-onderzoek toont aan dat windturbines verantwoordelijk zijn voor de dood van twintig procent van alle gezenderde jonge zeearenden in Nederland. Twintig procent! En dat zijn alleen de dieren die we volgen – de werkelijke aantallen liggen ongetwijfeld hoger.
Flevoland bevindt zich in een spagaat. Onze provincie herbergt niet alleen een hoge concentratie windparken, maar ook steeds meer broedende zeearenden. Deze majesteitelijke roofvogel is een icoon van onze natuurkwaliteit geworden, een symbool van het herstel van onze ecosystemen na decennia van achteruitgang. Het zou een tragedie zijn als we deze succesvolle terugkeer zouden zien omkeren door vermijdbare turbineslachtoffers.
Technologie biedt hoop
Gelukkig hoeven we niet bij de pakken neer te zitten. Er bestaan al veelbelovende technologieën die het risque kunnen verkleinen. In windpark Zeewolde draaien bijvoorbeeld moderne detectiesystemen die naderende vogels herkennen met geavanceerde camera’s en sensoren. Zodra een zeearend wordt gespot, leggen ze de turbines automatisch stil. Een elegante oplossing die laat zien dat energie-opwekking en natuurbescherming hand in hand kunnen gaan.
Ook simpelere maatregelen kunnen een groot verschil maken. Onderzoek in het buitenland toont aan dat het zwart schilderen van één wiek per turbine het aantal vogelslachtoffers met wel 70 procent kan verminderen. De contrast helpt vogels de draaiende wieken beter waar te nemen. Voor windparkeigenaren is dit een relatief kleine investering met een grote impact.
Samenwerking is de sleutel
We kunnen de vliegroutes van zeearenden door Flevoland nu in kaart brengen. Deze kennis biedt kansen voor zowel bestaande als nieuwe windparken. Bij nieuwe ontwikkelingen kunnen we de belangrijkste vliegroutes mijden. Voor bestaande parken kunnen we gerichte beschermingsmaatregelen treffen op de meest kritieke locaties.
De energietransitie is cruciaal voor onze toekomst – daar twijfel ik geen seconde aan. Maar juist daarom moeten we ervoor zorgen dat deze transitie in harmonie verloopt met de natuur die we willen behouden voor toekomstige generaties. Het hoeft geen keuze te zijn tussen duurzame energie en natuurbescherming.
Een dringende oproep
Windparkeigenaren, ik roep jullie op: denk met ons mee over deze uitdaging. Investeer in detectiesystemen, overweeg eenvoudige aanpassingen zoals het zwart schilderen van wieken, en werk samen met natuurorganisaties bij de planning van nieuwe ontwikkelingen. Elke zeearend die we redden, is er een. Elke technologische innovatie die we samen ontwikkelen, brengt ons dichter bij een toekomst waarin windenergie en natuurbescherming elkaar versterken in plaats van beconcurreren. De jonge zeearend die we in Swifterbant vonden, kunnen we niet meer redden. Maar we kunnen wel voorkomen dat andere zeearenden hetzelfde lot ondergaan. Laten we die kans met beide handen aangrijpen.
Erik van Beurden, directeur van Landschapsbeheer Flevoland
